Missie 2: Land- en tuinbouw

Missie 2: Land- en tuinbouw

In 2050 is de Nederlandse land- en tuinbouw integraal duurzaam: economisch toekomstbestendig, bestand tegen een veranderend klimaat en passend binnen de grenzen van de natuurlijke omgeving, en bijdragend aan het welzijn van mens en dier.

Internationaal gezien is de Nederlandse land- en tuinbouw toonaangevend: mede dankzij kennisontwikkeling en innovatie in het verleden produceert de sector kwantitatief en kwalitatief uitstekend, met wereldwijd gezien al hoge standaarden van duurzaamheid.

Tegelijk is ook duidelijk dat voor een agrarische sector die in de toekomst in alle opzichten duurzaam én winstgevend kan opereren, nog veel extra nieuwe kennis nodig is, en ruimte bestaat voor veel innovatieve oplossingen en toepassingen.

Zo kunnen boeren en tuinders in de toekomst blijven inspelen op groeiende behoeften aan bijvoorbeeld plantaardige eiwitten, energie, grondstoffen voor biomaterialen en natuur-en landschapsbeheer. Agrarische bedrijven in een duurzame samenleving zullen deze kansen kunnen grijpen zonder negatieve gevolgen voor klimaat, natuur en dierenwelzijn.

Vele kansen en uitdagingen komen samen op het bedrijf van individuele agrarische ondernemers. Universeel toepasbare oplossingen zijn schaars, en innovaties met gunstige effecten in één opzicht kunnen in andere opzichten soms juist averechts werken. Dat maakt de verduurzaming van land- en tuinbouw tot een complexe taak. Er is behoefte aan integrale benaderingen passend bij alle betrokken partijen en belangen.

De kennis- en innovatie-agenda helpt door partijen samen toe te laten werken naar een gezamenlijk doel: land- en tuinbouw die binnen ecologische en maatschappelijke grenzen past, het landelijk gebied aantrekkelijk houdt en ondernemers zicht geeft op nieuwe producten, markten, diensten en productiemethoden. Zo kunnen kennisinstellingen, ondernemers én overheden samen stappen in de goede richting zetten.

Zes innovatieprogramma’s

2A Land- en tuinbouw binnen de grenzen van de natuurlijke omgeving

Einddoel 2050

In 2050 is de Nederlandse land- en tuinbouw integraal duurzaam, dat wil zeggen economisch volhoudbaar, passend binnen de grenzen van de natuurlijke omgeving, bijdragend aan het welzijn van mens en dier en robuust ten aanzien van het veranderend klimaat.

Deelprogramma 1 | Nationaal niveau: Land- en tuinbouw binnen grenzen natuurlijke leefomgeving

Wat willen we bereiken:

  • Grenzen natuurlijke leefomgeving zijn bekend, worden gemonitord en inzichten kunnen worden toegepast in publiek en privaat beleid.

Gewenste resultaten: (Volgorde: van toepassingsgericht naar fundamenteel onderzoek)

  • Representatieve data zijn beschikbaar voor monitoring en verantwoording van beleid op basis van internationaal erkende indicatoren
  • Meetnetten zijn beschikbaar en accuraat ten behoeve van monitoring en bijsturing op doelen
  • Er is inzicht in de effecten van strategische (beleids-) keuzes op de integrale duurzaamheid van de Nederlandse land- en tuinbouw
  • Beleidsopties kunnen worden doorgerekend en vergeleken op hun impact op de integrale duurzaamheid van (onderdelen van) de Nederlandse land- en tuinbouw en afwentelingen
  • Integrale afwegingsmethoden ten behoeve van land- en tuinbouw binnen de grenzen natuurlijke leefomgeving zijn beschikbaar en schaalbaar (verbonden) tussen bedrijf-, regio-, nationaal en internationaal niveau
Deelprogramma 2 | Regionaal niveau: Land- en tuinbouw in een natuurlijke leefomgeving

Wat willen we bereiken:

  • De regionale ontwikkeling en aanpassing van de land- en tuinbouw draagt aantoonbaar bij aan het herstel van de natuurlijke leefomgeving en vitaliteit van het landelijk gebied.

Gewenste resultaten: (Volgorde: van toepassingsgericht naar fundamenteel onderzoek)

  • Strategieën voor land- en tuinbouwbedrijven om bij te dragen aan herstel kwaliteit natuurlijke leefomgeving  zijn beschikbaar en worden toegepast
  • Meetnetten zijn beschikbaar en accuraat t.b.v. monitoring en bijsturing op doelen
  • Er is inzicht in de interactie en trade-offs tussen land- en tuinbouw activiteiten en gebiedsdoelen, en de kansen en uitdagingen die dit voor (clusters van) bedrijven biedt
  • Europese en nationale duurzaamheidsdoelen zijn vertaald naar onderling samenhangende drempel- en streefwaarden op bedrijfs- en regioniveau
  • Integrale afwegingsmethoden t.b.v. land- en tuinbouw binnen de grenzen natuurlijke leefomgeving zijn beschikbaar en schaalbaar (verbonden) tussen bedrijf-, regio-, nationaal en internationaal niveau
Deelprogramma 3 | Bedrijfsniveau: (Zelf)sturing op basis van heldere doelen

Wat willen we bereiken:

  • Primaire ondernemers weten wat de draagkracht in hun regio is en zijn in staat om de integrale duurzaamheid van hun bedrijfsvoering te sturen en verantwoorden

Gewenste resultaten: (Volgorde: van toepassingsgericht naar fundamenteel onderzoek)

  • In 2030 kan doelsturing op basis van KPI’s toegepast worden door alle agrarische ondernemers
  • Per 2025 is er een datastrategie, data-infrastructuur en een dashboard voor ondernemers beschikbaar voor toepassing van KPI’s
  • Een prototype voor KPI’s is per 2025 beschikbaar voor model- en scenariostudies en testen in verschillende gebieden en sectoren geholpen door de ontwikkeling van een goede datastrategie in de primaire sector
  • Europese en nationale duurzaamheidsdoelen zijn vertaald naar onderling samenhangende drempel- en streefwaarden op bedrijfs- en regioniveau
  • Integrale afwegingsmethoden t.b.v. land- en tuinbouw binnen de grenzen natuurlijke leefomgeving zijn beschikbaar en schaalbaar (verbonden) tussen bedrijf-, regio-, nationaal en internationaal niveau
2B Verdienvermogen, perspectief en waardecreatie

Einddoel 2050

Boeren en tuinders hebben een volhoudbare bedrijfsvoering, op basis van maatschappelijk en economisch gewaardeerde producten en/of diensten, ondersteund door een faciliterend netwerk, kaders en randvoorwaarden (het systeem).

Deelprogramma 1 | De ondernemer: Perspectief en continuïteit onder veranderende omstandigheden

Wat willen we bereiken:

  • Boeren en tuinders hebben een weloverwogen , perspectiefvolle ontwikkelrichting en zijn in staat om hier doelgericht invulling aan te geven met behoud van continuïteit.

Gewenste resultaten: (Volgorde: van toepassingsgericht naar fundamenteel onderzoek)

  • Boeren en tuinders overzien hun situatie en mogelijkheden
  • Effecten huidig beleid op bedrijfs-continuïteit zijn bekend
  • Financiële onzekerheid wordt beter beheersbaar
  • Ontwikkeling kengetallen voor alternatieve bedrijfsmodellen
  • Inzicht in interactie tussen beleid en bedrijfs-continuïteit
  • Mitigatie van volatiliteit o.a. in inputs (prijs/aanbod)
  • Tool voor zelfsturing in transitie
  • Uitwerking ‘model’ transitie-paden
  • Inzicht in financiering ver-duurzaming en methoden voor risicofinanciering en –mitigatie en  rol van stakeholders hierin
  • Nieuw concept voor beleidsontwikkeling: “robuust by design” t.a.v. bedrijfscontinuïteit
  • Langjarige prognose & strategie t.a.v. inputs zoals energie, voer  en (kunst)mest
Deelprogramma 2 | De omgeving: (Her)inrichting van het systeem en positie van de ondernemer hierin

Wat willen we bereiken

  • Het systeem waarin boeren en tuinders opereren is (in)gericht op het faciliteren van verduurzaming, met bijbehorende incentives en verdienmodellen voor alle actoren.

Gewenste resultaten: (Volgorde: van toepassingsgericht naar fundamenteel onderzoek)

  • Financiële onzekerheid wordt beter beheersbaar
  • Aanpassing van competenties, relaties & strategieën
  • Inzicht in beheer, beschikbaarheid en markt voor grond
  • Mitigatie van volatiliteit onder andere in inputs (prijs/aanbod)
  • Bewustwording rollen en verantwoordelijkheden
  • Ontwikkeling nieuwe incentives & verdienmodellen voor/met actoren
  • Inzicht in financiering verduurzaming en methoden voor risicofinanciering en –mitigatie en rol van stakeholders hierin
  • Inzicht in kansen en uitdagingen nieuwe samenwerkingsvormen
  • Inzicht relatie transitie – grondmarkt – gebruik en beheer
  • Langjarige prognose en strategie ten aanzien van inputs zoals energie, voer en (kunst)mest
  • Inzicht in verschuivingen agrarisch grondgebruik in relatie tot markt-/prijsvorming
Deelprogramma 3 | Producten & diensten: (Door)ontwikkeling van producten en diensten en verwaarding ervan

Wat willen we bereiken:

  • Boeren en tuinders hebben een rendabel bedrijfsmodel waarin producten, maatschappelijke en ecosysteemdiensten ‘naar waarde’ beloond worden

Gewenste resultaten: (Volgorde: van toepassingsgericht naar fundamenteel onderzoek)

  • Verdienmodellen voor ecosysteemdiensten
  • Inzicht in rentabiliteit diverse bedrijfsmodellen, inclusief maatschappelijke kosten en baten
  • Maatschappelijke / ecosysteemdiensten erkend als volwaardige bedrijfstak
  • (Door)ontwikkeling concepten voor waardecreatie van (nieuwe) producten
  • Breed besef van (kansen voor) nieuwe producten / marktconcepten
  • Inzicht in kritische succesfactoren nieuwe producten en afzetroutes
  • Langjarig systeem voor verwaarding maatschappelijke / ecosyste
2C Weerbare plantaardige productie op een vitale bodem of substraat

Einddoel 2050

Nederlandse plantaardige productie is in 2050 ecologisch en economisch in balans; ze is klimaatadaptief, draagt integraal bij aan voldoende productie van goede kwaliteit op een gezonde bodem en substraat en een landschap met rijke biodiversiteit en schoon en voldoende water.

Deelprogramma 1 | Natuur en biodiversiteit

Wat willen we bereiken:

  • De teler past kennis over de interacties tussen teelt en biodiversiteit toe in biodiverse teeltsystemen

Gewenste resultaten: (Volgorde: van toepassingsgericht naar fundamenteel onderzoek)

  • Telers implementeren bouwstenen integraal op teelt- en bedrijfsniveau: toepassingen en maatregelen tegen (a)biotische stressoren en maatregelen ter bevordering van biodiversiteit, klimaatmitigatie en -adaptatie, bodem- en waterkwaliteit, passend in fytosanitair veilige ketens
  • Telers beschikken over praktische toepassingen om (agro)biodiversiteit in plantaardige teelten te benutten en versterken en zijn in staat deze in te zetten t.b.v. agrarisch natuur en landschapsbeheer
  • Effectieve maatregelen die onder- en bovengrondse biodiversiteit, incl. VHR versterken en tevens bijdragen aan productie  zijn ontwikkeld
  • Er is een systeem beschikbaar voor het kosteneffectief monitoren van biodiversiteit in teelten
  • Inzicht in vergroten inpasbaarheid van agrarisch natuur en landschapsbeheer maatregelen in (toekomstige) teelten
  • Interacties tussen biodiversiteit en de teelt van gewassen op verschillende schalen zijn inzichtelijk met overzicht van trade-offs en synergiën
  • Kennis over de integrale rol van bodem/ substraatbeheer aan meerdere opgaven is ontwikkeld: klimaat, bijdrage aan de biodiversiteit, waterkwaliteit, weerbaarheid tegen (a)biotische stress
  • Nieuwe teeltsystemen zijn ontworpen die ecologisch en economisch in balans zijn en bestand tegen (a)biotische stressoren en integraal  bijdragen aan biodiversiteit, klimaatmitigatie en -adaptatie, bodem- en waterkwaliteit
Deelprogramma 2 | Gewasbescherming

Wat willen we bereiken:

  • Telers benutten de beschikbare mogelijkheden om ziekten, plagen onkruiden effectief te beheersen met minimale emissies en residuen

Gewenste resultaten: (Volgorde: van toepassingsgericht naar fundamenteel onderzoek)

  • Telers implementeren bouwstenen integraal op teelt- en bedrijfsniveau: toepassingen en maatregelen tegen (a)biotische stressoren en maatregelen ter bevordering van biodiversiteit, klimaatmitigatie en -adaptatie, bodem- en waterkwaliteit, passend in fytosanitair veilige ketens
  • Telers en adviseurs hebben toegang tot informatie over eenduidige en toepasbare kennis over gewasbeschermingsstrategieën
  • Telers beschikken over nieuwe methoden van gewasbescherming met geen gebruik van, of een gereduceerde emissie- en  reductie van middelen
  • Maatregelen gericht op de verhoging van de weerbaarheid tegen een top 20 van op sectorniveau vastgestelde knelpunten in gewasgezondheid zijn beschikbaar
  • DSS voor teeltsystemen gebaseerd op laag-risico middelen en maatregelen
  • Kennis voor de beoordeling van risico’s van gewasbescherming (EU verordening 1107), inclusief impact op milieu en omwonenden
  • Weerbare teeltsystemen zijn ontwikkeld, gebruikmakend van  gewasdiversiteit, robuuste rassen, duurzaam bodembeheer /substraatgebruik, gerichte bestrijding en ondersteund door DSS
  • Kennis over de gevolgen van klimaat- verandering is omgezet in nieuwe klimaat-neutrale en –positieve teeltsystemen
  • Kennis over de integrale rol van bodem/ substraatbeheer aan meerdere opgaven is ontwikkeld: klimaat, bijdrage aan de biodiversiteit, waterkwaliteit, weerbaarheid tegen (a)biotische stress
  • Nieuwe  teeltsystemen zijn ontworpen die ecologisch en economisch in balans zijn en bestand tegen (a)biotische stressoren en integraal  bijdragen aan biodiversiteit, klimaatmitigatie en -adaptatie, bodem- en waterkwaliteit
Deelprogramma 3 Bodem/substraat, water en bemesting

Wat willen we bereiken:

Telers benutten praktische toepassingen om:

  • bij te dragen aan de vastlegging van 0,5Mton CO2 eq.
  • watergebruik in evenwicht te brengen met het watersysteem
  • de vitaliteit van de bodem te behouden en vergroten
  • het gebruik en emissies van meststoffen aanzienlijk te reduceren

Gewenste resultaten: (Volgorde: van toepassingsgericht naar fundamenteel onderzoek)

  • Telers implementeren bouwstenen integraal op teelt- en bedrijfsniveau: toepassingen en maatregelen tegen (a)biotische stressoren en maatregelen ter bevordering van biodiversiteit, klimaatmitigatie en -adaptatie, bodem- en waterkwaliteit, passend in fytosanitair veilige ketens
  • Telers hebben toegang tot eenduidige duidelijke informatie over duurzaam beheer van de bodem en substraat, incl. gewasrespons
  • Telers passen effectieve maatregelen in ter voorkoming van nutriënten af- en uitspoeling
  • Telers beschikken over maatregelen voor duurzaam watergebruik en sluiten de waterkringloop in substraatteelten
  • Effectieve maatregelen voor koolstofopslag in de bodem zijn beschikbaar
  • BLN indicatorenset voor een vitale bodem is uitgewerkt, gekwan-tificeerd en uitgebreid met bodembiologie, in lijn met EU wetgeving
  • Bemesting en gebruiksefficiëntie is verbetert, rekening houdend met gewaseigenschappen, fundamentele processen in de bodem en substraat
  • Inzicht in de rol van bodem(micro)bioom in een vitale bodem/ substraat en de impact op plantweerbaarheid
  • Weerbare teeltsystemen zijn ontwikkeld, gebruikmakend van  gewasdiversiteit, robuuste rassen, duurzaam bodembeheer /substraatgebruik, gerichte bestrijding en ondersteund door DSS
  • Kennis over de gevolgen van klimaat- verandering is omgezet in nieuwe klimaatneutrale en –positieve teeltsystemen
  • Kennis over de integrale rol van bodem/ substraatbeheer aan meerdere opgaven is ontwikkeld: klimaat, bijdrage aan de biodiversiteit, waterkwaliteit, weerbaarheid tegen (a)biotische stress.
  • Nieuwe  teeltsystemen zijn ontworpen die ecologisch en economisch in balans zijn en bestand tegen (a)biotische stressoren en integraal  bijdragen aan biodiversiteit, klimaatmitigatie en -adaptatie, bodem- en waterkwaliteit
Deelprogramma 4 | Klimaat

Wat willen we bereiken:

  • Telers beschikken over praktische maatregelen voor klimaatadaptatie en -mitigatie.

Gewenste resultaten: (Volgorde: van toepassingsgericht naar fundamenteel onderzoek)

  • Telers implementeren bouwstenen integraal op teelt- en bedrijfsniveau: toepassingen en maatregelen tegen (a)biotische stressoren en maatregelen ter bevordering van biodiversiteit, klimaatmitigatie en -adaptatie, bodem- en waterkwaliteit, passend in fytosanitair veilige ketens
  • Telers hebben toegang tot praktisch toepasbare kennis over klimaatmitigerende en klimaatadaptieve maatregelen die productie en kwaliteit borgen
  • Effectieve maatregelen voor koolstofopslag in de bodem zijn beschikbaar
  • Effectieve strategieën m.b.t. droogte, warmte, vernatting en verzilting zijn beschikbaar en worden gedeeld en toegepast in de teelt
  • Inzicht in de gewasrespons op duurzame klimaatmaatregelen
  • Effecten van klimaatverandering op ziekten, plagen en onkruiden zijn inzichtelijk
  • Effect van klimaatverandering op weerbare plantaardige productie is inzichtelijk
  • Kennis over de gevolgen van klimaat- verandering is omgezet in nieuwe klimaatneutrale en –positieve teeltsystemen
  • Kennis over de integrale rol van bodem/ substraatbeheer aan meerdere opgaven is ontwikkeld: klimaat, bijdrage aan de biodiversiteit, waterkwaliteit, weerbaarheid tegen (a)biotische stress
  • Nieuwe  teeltsystemen zijn ontworpen die ecologisch en economisch in balans zijn en bestand tegen (a)biotische stressoren en integraal  bijdragen aan biodiversiteit, klimaatmitigatie en -adaptatie, bodem- en waterkwaliteit
Deelprogramma 5 | Fytosanitair

Wat willen we bereiken:

  • Markttoegang (import en export) en marktbehoud in derde landen voor de Nederlandse agri- en tuinbouwsector

Gewenste resultaten: (Volgorde: van toepassingsgericht naar fundamenteel onderzoek)

  • Telers implementeren bouwstenen integraal op teelt- en bedrijfsniveau: toepassingen en maatregelen tegen (a)biotische stressoren en maatregelen ter bevordering van biodiversiteit, klimaatmitigatie en -adaptatie, bodem- en waterkwaliteit, passend in fytosanitair veilige ketens
  • Teeltvoorschriften zijn gebaseerd op laag risico middelen en maatregelen voor minimale emissies en residuen
  • Vroege signalering, preventie, beheersing en eliminatie van Q en RNQP organismen is up-to-date
  • Identificatie van echte biologisch relevante risico’s op basis van kennis over ziekten, plagen en onkruiden
  • Effecten van klimaatverandering op ziekten, plagen en onkruiden zijn inzichtelijk
  • Er is een systeemaanpak voor beperking internationaal fytosanitaire risico’s : integrale aanpak door risico inschattingen op basis van productiewijze, ras, locatie en visuele inspecties
  • Nieuwe  teeltsystemen zijn ontworpen die ecologisch en economisch in balans zijn en bestand tegen (a)biotische stressoren en integraal  bijdragen aan biodiversiteit, klimaatmitigatie en -adaptatie, bodem- en waterkwaliteit
2D Veerkrachtige dierhouderijsystemen (Inclusief niet-landbouwhuisdieren, insecten en aquacultuur)

Einddoel 2050

In 2050 houden wij in Nederland dieren op waardige en gezonde wijze, die aansluit bij de maatschappelijke wensen. Dieren worden, in een veranderend klimaat, gehouden binnen de draagkracht van natuur, leefomgeving en economie. 

Deelprogramma 1 | Schoon en circulair

Wat willen we bereiken:

  • De dierhouder past technische, organisatorische en economische mogelijkheden toe om substantiële reducties van emissies te realiseren. 

Gewenste resultaten: (Volgorde: van toepassingsgericht naar fundamenteel onderzoek)

  • Er is vertrouwen in innovaties, de doelvoorschriften, de borging en het perspectief voor veerkrachtige dierhouderij systemen
  • Implementeren van bewezen praktijkmaatregelen die bijdragen aan de gewenste deelprogrammaresultaten
  • Optimaliseren en borgen van (brongerichte) maatregelen om emissies te minimaliseren op stal/bedrijfsniveau
  • Maatregelen ter reductie van grondstof gebruik
  • Ontwikkelen en valideren van (meet)technieken en monitoringssystemen 
  • Ontwikkelen en opschalen van stal- en houderijsystemen die een positieve bijdrage leveren aan natuur, leefomgeving en economie
  • Maatregelen voor mest als gewaardeerde en veilige grondstof in de biobased economy
  • Bodem- gewas-dier-voer-mestmanagement die de nutriëntenkringloop sluit en ongewenste emissies vermijdt
  • Fundamentele kennis van biologie en chemie bij het ontstaan van emissies in dier, stal, mest en uit de bodem
  • Integraal ontwerpen van veerkrachtige dierhouderij systemen die een positieve bijdrage leveren aan alle aspecten van veerkrachtige dierhouderij
Deelprogramma 2 | Natuurinclusief en klimaatrobuust 

Wat willen we bereiken

  • De dierhouder implementeert systeeminnovaties die landbouw en natuur beter integreren, biodiversiteit bevorderen, klimaatrobuust en economisch haalbaar zijn. 

Gewenste resultaten: (Volgorde: van toepassingsgericht naar fundamenteel onderzoek)

  • Er is vertrouwen in innovaties, de doelvoorschriften, de borging en het perspectief voor veerkrachtige dierhouderij systemen
  • Implementeren van bewezen praktijkmaatregelen die bijdragen aan de gewenste deelprogrammaresultaten
  • Aandragen van bedrijfsconcepten die passen in regionale gebiedsprocessen
  • Toepassen van natuurinclusief en klimaatrobuust als productiefactor in bedrijfsvoering
  • Ontwikkelen en valideren van (meet)technieken en monitoringssystemen 
  • Ontwikkelen en opschalen van stal- en houderijsystemen  die een positieve bijdrage leveren aan natuur, leefomgeving en economie
  • Ontwikkelen indicatoren voor biodiversiteit, natuur, klimaat- en waterrobuust
  • Inzicht in de gevolgen van een veranderend klimaat voor de dierhouderij
  • Interactie is inzichtelijk tussen gehouden dieren en de natuurlijke flora en fauna
  • Integraal ontwerpen van veerkrachtige dierhouderijsystemen die een positieve bijdrage leveren aan alle aspecten van veerkrachtige dierhouderij
Deelprogramma 3 | Veilig en gezond

Wat willen we bereiken:

  • De dierhouder past maatregelen toe om gezond en veilig te produceren voor mens, dier en omgeving (versterken One Health, verlagen zoönose risico en borgen voedselveiligheid).

Gewenste resultaten: (Volgorde: van toepassingsgericht naar fundamenteel onderzoek)

  • Er is vertrouwen in innovaties, de doelvoorschriften, de borging en het perspectief voor veerkrachtige dierhouderijsystemen
  • Implementeren van bewezen praktijkmaatregelen die bijdragen aan de gewenste deelprogrammaresultaten
  • Bevorderen van diergezondheid en reductie antibioticagebruik 
  • Onderzoek naar vaccinontwikkeling, diagnostiek en epidemiologie voor prioritaire dierziekten
  • Inzicht in voedselveiligheid, gezondheidsrisico’s en afwentelingen op dierwaardigheid bij de Nederlandse landbouwtransities
  • Ontwikkelen en opschalen van stal- en houderijsystemen  die een positieve bijdrage leveren aan natuur, leefomgeving en economie
  • Inzicht in noodzakelijk doelvoorschriften voor One Health 
  • Inzicht in de gevolgen van een veranderend klimaat voor de dierhouderij
  • Interactie is inzichtelijk tussen gehouden dieren en de natuurlijke flora en fauna
  • Fundamentele kennis behoeften, voorkeuren, emoties, cognitie, gedrag en
Deelprogramma 4 | Dierwaardig

Wat willen we bereiken

  • De gezondheid en het welzijn van dieren is verbeterd door het toepassen van de 6 leidende principes voor dierwaardigheid (voor een ieder die deze zorgplicht heeft).

Gewenste resultaten: (Volgorde: van toepassingsgericht naar fundamenteel onderzoek)

  • Er is vertrouwen in innovaties, de doelvoorschriften, de borging en het perspectief voor veerkrachtige dierhouderijsystemen
  • Implementeren van bewezen praktijkmaatregelen die bijdragen aan de gewenste deelprogrammaresultaten
  • Ontwikkelen van marktconcepten 
  • Benutten van genotype – fenotype-interactie ten bate van dierwaardigheid
  • Inzicht in voedselveiligheid, gezondheidsrisico’s en afwentelingen op dierwaardigheid bij de Nederlandse landbouwtransities
  • Ontwikkelen en opschalen van stal- en houderijsystemen  die een positieve bijdrage leveren aan natuur, leefomgeving en economie
  • Meetindicatoren vaststellen ter verbetering van positief welzijn van het dier
  • Ontwikkelen en borgen van een dierwaardige houderij over alle sectoren en ketenpartners
  • Inzicht in de gevolgen van een veranderend klimaat voor de dierhouderij
  • Concretisering van  de definitie dierwaardigheid 
  • Fundamentele kennis behoeften, voorkeuren, emoties, cognitie, gedrag en fysiologie
  • Integraal ontwerpen van veerkrachtige dierhouderij systemen die een positieve bijdrage leveren aan alle aspecten van veerkrachtige dierhouderij
2E Circulariteit, productie en gebruik duurzame grondstoffen

Einddoel 2050

Flankerend In 2050 is de Nederlandse land- en tuinbouw circulair door productie en gebruik van veilige, herbruikbare, hernieuwbare grondstoffenbeleid en oplossingen voor belemmerende wet- en regelgeving.

Deelprogramma 1 | Circulariteit van nutriënten, koolstof, water en overige inputs binnen de land- en tuinbouw

Wat willen we bereiken:

  • Halvering van primaire en externe inputs in 2030, en verwaarding van schone en veilige organische reststromen.

Gewenste resultaten: (Volgorde: van toepassingsgericht naar fundamenteel onderzoek)

  • Rendabele en tijdige implementatie circulaire grondstoffen / technologieën voor mest, compost, digestaat, afval- en proceswater, zuiveringsslib, etc.
  • Effectievere benutting  van nutriënten, koolstof & water in land- en tuinbouw
  • Efficiënte en duurzame verwaarding van mest, compost, digestaat, afval- en proceswater, zuiveringsslib, etc. 
  • Alternatieven voor reduceren import kunstmest en veevoer voor regionale kringloopland- en tuinbouw
  • Nieuwe energie- en materiaalefficiënte scheidingsprincipes (mest, compost, digestaat, afval- en proceswater, zuiveringsslib)
  • Detectiemethoden, bronmaatregelen, productontwerp en verwijderingstechnologieën voor verontreinigingen
Deelprogramma 2 | Gebruik van duurzame grondstoffen en nevenstromen uit de gehele keten in de land- en tuinbouw

Wat willen we bereiken:

  • De helft van de grondstoffen is hernieuwbaar in 2030, en wordt hoogwaardig gebruikt in de land- en tuinbouw.

Gewenste resultaten: (Volgorde: van toepassingsgericht naar fundamenteel onderzoek)

  • Rendabele en tijdige implementatie circulaire grondstoffen / technologieën voor mest, compost, digestaat, afval- en proceswater, zuiveringsslib, etc.
  • Hernieuwbare grondstoffen uit de agri en aqua-food in land- en tuinbouw en de veevoerindustrie
  • Efficiënte en duurzame verwaarding van mest, compost, digestaat, afval- en proceswater, zuiveringsslib, etc. 
  • Gebruik hernieuwbare grondstoffen in niet-grondgebonden teelten (water, substraat, nutriënten, plastic, etc.)
  • Veevoer is zoveel mogelijk afkomstig van gewassen en bijproducten die niet geschikt zijn voor humane consumptie
  • Technologie voor het gebruik van onderbenutte en moeilijk te bewerken biogrondstoffen
  • Technologie voor valorisatie van nevenstromen richting toepassing in non-food, teelt en bodem
Deelprogramma 3 | Productie van regionale duurzame biogrondstoffen door de agrarische sector voor de biobased economie en de eiwittransitie

Wat willen we bereiken:

  • Efficiëntere productie van regionale / Europese hernieuwbare grondstoffen; verweven van agri-food- en non-foodketen.

Gewenste resultaten: (Volgorde: van toepassingsgericht naar fundamenteel onderzoek)

  • Nieuwe plantaardige eiwitbronnen op de markt gebracht
  • Kansrijke ketens met directe aansluiting materialensector en chemie
  • Veredeling en teeltomstandigheden nieuwe / betere Europese eiwitbronnen voor productie van humane voeding en veevoer (bijv. vlinderbloemigen)
  • Nieuwe biogrondstoffen (o.a. vezels) en toepassingen voor materialen en chemie (o.a. bouw & bioplastics)
  • Technologieën voor efficiënte toepassing van het Total Use Principe voor het ontsluiten van hoogwaardige biomassa
  • Langdurige koolstofvastlegging in biobased producten met terugwinning van waardevolle componenten
  • Volledige verwevenheid food- en non-foodketen
  • Veredeling en teelt van gewassen voor Total Use / meervoudige verwaarding
  • Technologieën voor biobased chemicaliën en materialen
Deelprogramma 4 | Integraal afwegingskader voor duurzame productie en gebruik van biogrondstoffen

Wat willen we bereiken:

  • Optimaal systeem voor productie, gebruik, veiligheid en impact van biogrondstoffen in de hele keten.

Gewenste resultaten: (Volgorde: van toepassingsgericht naar fundamenteel onderzoek)

  • eiligheid- en productkwaliteitssystemen voor de productie en gebruik van biogrondstoffen
  • Opleidingen voor potentiële gebruikers van hernieuwbare grondstoffen door het wegnemen van onbekendheid
  • Circulariteit en waarde (Euro’s, percentage hergebruik, klimaat, ethiek, etc.) gedefinieerd, en meet- en monitoringsystemen ontwikkeld
  • Afwegingskaders (type biogrondstof, schaal, grondsoort, locatie, logistiek, veiligheid etc.) in relatie tot vraag en toepassing en prikkels
  • Gewassen voor biogrondstoffen aangepast aan beschikbare grondkwaliteit (o.a. droog, nat, zilt, vervuild, nabij Natura 2000)
  • Ketensamenwerking en verdienmodellen voor toepassing alternatieve eiwitbronnen en non-food grondstoffen
  • Biogrondstoffen zo hoog mogelijk verwaard vanuit een internationale context
2F Energietransitie in de land- en tuinbouw

Einddoel 2050

Het landelijk gebied is door productie en opslag van duurzame energie een netto energieproducent en op het platteland zijn nieuwe energielandschappen ontstaan die een centrale rol hebben in de energiezelfvoorzienendheid van kleinere regio’s.

Deelprogramma 1 | Emissiereductie glastuinbouw

Wat willen we bereiken:

  • De CO2-emissie uit de glastuinbouw bedraagt  in 2030 4,3 Mton/jaar. 

Gewenste resultaten: (Volgorde: van toepassingsgericht naar fundamenteel onderzoek)

  • Doorontwikkelen monitor
  • Implementatie en optimalisatie van teelttechnieken (belichting, schermen, kasdekken, ontvochtiging
  • Implementatie van alternatieve wijzen van verwarming en energieopwekking
  • Geschikte alternatieve CO2-bronnen
  • Energiezuinige teelt bij lage temperaturen
Deelprogramma 2 | Emissiereductie overige sectoren landbouw en tuinbouw

Wat willen we bereiken

  • Ondernemers worden gestimuleerd over te gaan op energiezuinige en duurzame productie.

Gewenste resultaten: (Volgorde: van toepassingsgericht naar fundamenteel onderzoek)

  • Doorontwikkelen monitor
  • Inzicht in  handelingsperspectieven
  • Overzicht energiezuinige productiemethoden
  • Opschaling van fossielvrije technieken vanaf de stap van pionierfase
Deelprogramma 3 | Duurzame opwekking

Wat willen we bereiken:

  • Ondernemers zijn in staat om opties voor opwekking en opslag van duurzame energie in hun verdienmodel mee te nemen.

Gewenste resultaten: (Volgorde: van toepassingsgericht naar fundamenteel onderzoek)

  • Ondernemers hebben voldoende kennis om op eigen bedrijf energie op te wekken
  • Optimaliseren multifunctionele inzet opwekkingsmethoden
  • Benodigde interventie voor forse opschaling
  • Sturingsmodellen voor integrale planning energielandschappen met ruimtelijke kwaliteit
Deelprogramma 4 | Smart grid

Wat willen we bereiken

  • Er zijn minimaal twee pilots gestart met land- of tuinbouwbedrijven als energiehub voor de omgeving.

Gewenste resultaten: (Volgorde: van toepassingsgericht naar fundamenteel onderzoek)

  • Ontwikkeling opslagmethoden van duurzaam opgewekte energie in het landelijk gebied
  • Haalbaarheid energie-efficiënte waterstofproductie en opslag voor eigen en regionale consumptie
  • Systeem ontwikkelen om vraag en aanbod te kennen en vervolgens op elkaar af te stemmen

Theory of Change-schema’s

Bovenstaande innovatieprogramma’s zijn ook samengevat volgens de Theory of Change-methode. Deze schema’s zijn meer in detail uitgewerkt en geven de onderlinge samenhang tussen de innovatieprogramma’s weer. U kunt de schema’s hier downloaden.